Voorlopig verslag Eerste Kamer Wet Inburgering  

De leden van D66, PvdA, Groenlinks en CU hebben vragen gesteld met betrekking tot de positie van de gezinsmigranten binnen het wetsvoorstel. Onze gezamenlijke brief is als inbreng meegenomen.

In het verslag worden o.a. de doelgroepen van de wet inburgering besproken.

Er worden deze keer duidelijke vragen gesteld waarom er een tweedeling in de wet wordt gehanteerd. Maar ook vragen over de taaleis B1 en de kwaliteit van het onderwijsaanbod. Onze zorgen die we via de gezamenlijke brief (St. GOED, St. Buitenlandse Partner en de groep Inburgeraars 2013-2020), email uitwisselingen en gesprekken onder de aandacht hebben gebracht bij de diversen partijen, zijn opgepakt.

Zie hieronder een deel uit het verslag en de vragen die gesteld zijn aan de regering door GroenLinks, D66, PvdA en ChristenUnie fracties.

In het wetsvoorstel wordt op belangrijke punten een onderscheid gemaakt tussen enerzijds asielstatushouders en anderzijds gezinsmigranten en overige migranten. Dit onderscheid wordt gemotiveerd door het verschil in startpositie. De leden van de GroenLinks-fractie vragen zich af waarom de regering ervoor kiest dit verschil te vertalen in een op onderdelen wezenlijk andere behandeling van de groep gezinsmigranten en overige migranten ten opzichte van de groep asielstatushouders. Onderdelen die overigens meer kenmerken vertonen van het oude stelsel. Waarom kiest de regering er niet voor de inburgering van alle migranten onder dezelfde systematiek te brengen en het verschil in startpositie door de gemeenten te laten verdisconteren in vormen van maatwerk, zo vragen de leden van de GroenLinks-fractie. Volgens deze leden zal dit veel meer recht doen aan de feitelijke verschillen tussen mensen. Verschillen die altijd oneindig veel gevarieerder zijn dan welke categoriale ordening dan ook suggereert. De door deze leden gesuggereerde keuze zou uitstekend mogelijk zijn binnen de systematiek van het wetsvoorstel en dit voorstel zelfs uitvoeringstechnisch alleen maar eenvoudiger maken.

De leden van de D66-fractie constateren dat in het wetsvoorstel is gekozen voor een tweesporenbeleid op het gebied van de bekostiging van het inburgeringsonderwijs. Kan de regering een schematische weergave maken van de verschillende stromingen die zijn ontstaan met dit wetsvoorstel en hierbij aangeven wat de grootte is per groep, zo mogelijk ook met een uitsplitsing in leeftijd en gender? Kan de regering ook de groep die nog onder vigerende Wet inburgering 2013 valt meenemen?

Aan de ene kant vallen asielstatushouders vanaf juli 2021 onder het nieuwe stelsel. De gemeente faciliteert en bekostigt het inburgeringstraject voor hen. Aan de andere kant staan de gezinsmigranten en overige migranten. Zij moeten met eigen middelen of met een lening het inburgeringsonderwijs voor taal en kennis van de Nederlandse maatschappij (KNM) zelf bekostigen. De leden van de D66-fractie vragen zich af waarom de regering voor dit onderscheid in behandeling heeft gekozen. Immers, gezinsmigranten en overige migranten hebben net als asielstatushouders recht op een succesvol inburgeringstraject. De VNG uit in haar brief van 16 juni 20205 soortgelijke zorgen over de positie van gezinsmigranten en stelt het volgende:

‘‘Gezinsmigranten blijven onder het sociaal leenstelsel vallen. Van hen is aangenomen dat zij een grotere zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid hebben. Dat optimisme delen wij niet. Wij denken dat de grotere zelfredzaamheid maar voor een beperkte groep geldt. Wij vinden het daarom belangrijk dat deze groep blijvend wordt gemonitord, en er mogelijk kan worden bijgesteld, zodat ook deze inburgeraars (de helft van het totaal) op niveau slaagt voor de inburgering.’’

Kan de regering hierop reageren. En kan de regering daarbij aangeven welke middelen worden ingezet om ervoor te zorgen dat ook deze groep een succesvol inburgeringstraject zal doorlopen?

Naast het beroep op zelfredzaamheid van gezinsmigranten en overige migranten maken de aan het woord zijnde leden zich zorgen over de kwaliteit van het onderwijsaanbod voor deze groep. In de nieuwe Wet inburgering wordt de fraude die plaatsvond bij de taalscholen voor een deel aangepakt door gemeenten verantwoordelijk te stellen voor het taalonderwijs voor asielstatushouders. Maar de gezinsmigranten en de zogeheten ‘tussengroep’ vallen nog onder het oude systeem waardoor zij zelf verantwoordelijk zijn voor het kiezen van een taalschool. Welke garanties kunnen deze inburgeraars krijgen dat zij niet weer terecht komen bij frauduleuze taalscholen of inburgeringsbureaus? Is het toezicht vanuit de Stichting Blik op Werk hierin echt toereikend?

Zou de regering ook willen ingaan op de bijzondere positie van arbeidsmigranten uit EU-landen die niet inburgeringsplichtig zijn, maar toch langere tijd in Nederland werken en wonen. Zij hebben vaak partners en kinderen die ook willen deelnemen aan de Nederlandse samenleving. Zijn hier lessen te leren uit de ervaringen met Turkse asielstatushouders en gezinsmigranten die ook heel lang waren uitgesloten van de inburgeringsplicht?

De leden van de PvdA-fractie constateren dat de grootste groep inburgeraars in Nederland op dit moment de gezinsmigranten zijn. Die groep is heel divers qua achtergrond, waaronder land van herkomst, opleidingsniveau en gezinssituatie. Het voorliggende wetsvoorstel bevat geen verbeteringen voor de inburgering van gezinsmigranten. In de behandeling in de Tweede Kamer heeft de regering op vragen van bijna alle fracties op dit punt aangegeven dat met name de kosten voor een gelijke werkwijze voor gezinsmigranten te hoog zouden zijn. Via verhalen van gezinnen die bezig zijn met gezinsmigratie en instanties als de Stichting Grenzeloos Onder Eén Dak (GOED) krijgen wij het beeld dat gezinsmigranten het nu al moeilijk hebben en zij inschatten dat succesvol inburgeren voor de gezinsmigranten door het voorliggende wetsvoorstel nog moeilijker zal worden. De inburgering van gezinsmigranten levert voor de betrokken gezinnen vaak veel stress op; mensen moeten soms schulden maken om het traject te bekostigen. Gemeenten leveren niet of nauwelijks ondersteuning omdat zij voor gezinsmigranten geen vergoeding krijgen. De leden van de PvdA-fractie vragen zich af of de regering dit beeld herkent? Zo ja, wat gaat de regering in gang zetten om hier verandering in te brengen? Zo nee, waaruit blijkt dat het inburgeren van gezinsmigranten nu wel succesvol verloopt. Hoeveel van de huidige gezinsmigranten lukt het bijvoorbeeld op dit moment om binnen drie jaar in te burgeren met taalniveau B1? Welke mogelijkheden hebben gezinsmigranten als de taaleis B1 te hoog is?

De leden van de PvdA-fractie vragen zich af of in dit geval de kosten niet voor de baat uit zouden moeten en of de regering bij haar afweging voldoende rekening heeft gehouden met de negatieve gevolgen van het niet goed inburgeren van gezinsmigranten. De aan het woord zijnde leden zijn daarbij benieuwd naar de afweging van de regering in deze. Heeft de regering zicht op de kosten van de inburgering van gezinsmigranten? Het gaat deze leden niet alleen om de publieke en private kosten van gezinsmigratie maar ook om bijvoorbeeld de effecten op arbeidsverzuim en ziektekosten van de migranten, partners en eventuele overige gezinsleden. De maatschappelijke verliezen van het moeten verlaten van het land e.d.? Zo ja, welk beeld levert dit op? Zo niet, is de regering bereid om onderzoek te doen naar deze kosten en baten?

De leden van de ChristenUnie-fractie benadrukken de noodzaak van dubbel commitment: de nieuwkomer investeert in zijn of haar deelname aan de Nederlandse samenleving en de Nederlandse samenleving investeert in de nieuwkomer. Geslaagde inburgering weerspiegelt deze tweeslag. Kan de regering voor de onderscheiden onderdelen en fasen van de nieuwe inburgeringswet aangeven hoe dit principe van dubbel commitment is vormgegeven? Hoe beoordeelt de regering de balans tussen investeringen door de inburgeringsplichtige zelf en de wijze waarop de regering in de inburgeringsplichtige investeert? Kan de regering meer in detail aangeven op welke onderdelen het inburgeringsaanbod van gemeenten verschilt voor statushouders enerzijds en gezinsmigranten en overige migranten anderzijds, zo vragen de aan het woord zijnde leden. Kan de rationale achter de verschillende beleidskeuzes voor beide groepen nader worden gemotiveerd? Wat is het effect van deze keuzes op een spoedige inburgering en integratie? Deze leden hebben behoefte aan een veel sterkere onderbouwing van deze beleidskeuzes. Ook de Raad van State maakt dit punt. Is het vanuit de inburgeringsfilosofie van de regering wel verstandig om andere eisen te stellen aan gezinsmigranten? Leidt de tweedeling binnen de groep inburgeringsplichtige migranten bovendien niet tot meer complexiteit die de beoogde eenvoud van het nieuwe systeem niet ten goede komt en waar een verwarrend signaal van uitgaat? Zien de leden van de ChristenUnie-fractie het overigens goed dat deze tweedeling op zich niet voortvloeit uit het Regeerakkoord?

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben behoefte aan een heldere argumentatie rond deze keuze van de regering. Het feit dat de groep gezinsmigranten heterogeen is vinden deze leden geen doorslaggevend argument om de tweedeling te handhaven. De leden zien ook graag een nadere (empirische) onderbouwing van de stelling dat gezinsmigranten een betere startpositie hebben dan statushouders. Daarnaast verzoeken de leden om een appreciatie van de visie op het wetsvoorstel van de Stichting GOED en van Vluchtelingenwerk Nederland. In het verlengde van deze laatste vraag verzoeken de leden van de ChristenUnie-fractie om een beschouwing over de rol van vrijwilligersorganisaties en NGO’s in de uitvoering van het nieuwe inburgeringsbeleid. Wat zijn hier de concrete voornemens en is daar contact over? Turkse asielstatushouders worden met de invoering van het voorliggend wetsvoorstel niet langer vrijgesteld van de inburgeringsplicht. De opt-in-regeling komt te vervallen. De ChristenUnie-fractie verzoekt de regering om de reikwijdte en consequenties aan te geven van deze hernieuwde inburgeringsplicht voor Turkse statushouders. even van deze hernieuwde inburgeringsplicht voor Turkse statushouders.

Blijf ons volgen voor updates over dit onderwerp.  

Meld u aan voor onze Nieuwsbrief

Meld u aan voor onze Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte! Belangrijke informatie en de laatste nieuwtjes voor Nederlanders die in het buitenland wonen. 

U heeft zich succesvol aangemeld

Share This