← Alle onderwerpen

Wat ging eraan vooraf

Rechtszaak over Nederlands paspoort

In april 2014 meldt Marika Tjebbes zich voor een nieuw paspoort bij de Nederlandse ambassade. Maar tot haar ontsteltenis blijkt dan dat zij al een jaar eerder, zonder daarvan te hebben geweten of voor te zijn gewaarschuwd, onherroepelijk haar Nederlandse nationaliteit is verloren.

Marika Tjebbes laat het er echter niet bij zitten. Samen met gespecialiseerd jurist Arend van Rosmalen van Mynta Law stelt Marika Tjebbes beroep, en later hoger beroep in bij de bestuursrechter. Op 19 april 2017 besluit de Raad van State prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de EU. De vraag luidt of zo’n onverbiddelijke regeling, die machinematig en zonder de mogelijkheid om individuele factoren nog te kunnen wegen, wel in overeenstemming is met beginselen rondom het EU-burgerschap. Bijna twee jaar later, op 12 maart 2019, doet het Hof van Justitie van de EU uitspraak. Het Hof oordeelt dat een wettelijke regeling die automatisch werkt, op zichzelf wel is toegestaan, maar dat de wet aan diegenen die hun Unieburgerschap verliezen dan wel op zijn minst een mogelijkheid moet bieden de gevolgen ongedaan te maken, voor als het verlies achteraf jegens hen onevenredig blijkt te zijn. De Raad van State moet beoordelen of aan deze voorwaarde in Nederland is voldaan.

Bron: MYNTA LAW – (lees volledige tekst)

Uitspraak Raad van State:

De Raad van State heeft vandaag geoordeeld dat de Rijkswet op het Nederlanderschap voortaan ruimer moet worden toegepast, omdat anders niet aan de Europese norm zou worden voldaan. De bevoegdheid hiertoe kan rechtstreeks worden gekoppeld aan de Europese verdragen. Dat op zichzelf is al zeer baanbrekend – nog nooit oordeelde een rechter dat de bevoegdheid tot het (terug)geven van een nationaliteit rechtstreeks op het EU-recht kan worden gebaseerd.

 

Goed Nieuws?

Velen juichen van vreugde, zo zien we op Social Media en in de kranten. Vandaag is inderdaad een positieve stap gemaakt om de zogenaamde beruchte 10-Jaren Klok weer eens kritisch te overwegen. Het gaat hier over het beroep dat zes oud-Nederlanders hadden ingediend bij het Hof van Justitie van de Europese Unie. Deze gaf eerder afgelopen jaar een uitspraak dat het de 10-Jaren Klok (RWN Art 15 lid1c) niet in lijn was van het evenredigheidsbeginsel van de Europese Unie en verwees dit dan ook terug naar de Nederlandse overheid.

De Raad van State heeft besloten dat de minister van Buitenlandse Zaken binnen vier maanden voor zes mensen moet onderzoeken welke gevolgen het verlies van hun Nederlanderschap had en heeft, en daarmee ook het verlies van hun burgerschap van de Europese Unie (EU). Als blijkt dat deze gevolgen “uit het oogpunt van EU-recht” onevenredig zijn, moeten zij met terugwerkende kracht weer Nederlander kunnen worden. De minister heeft zelf aangegeven dat “de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid voornemens is een voorstel te doen om de RWN op dit punt met voorrang te wijzigen.” Meer informatie over zo’n wetsvoorstel hebben we op dit moment nog niet.

Geen Nederlander meer?

Het gaat in dit geval om zes mensen die een Nederlands paspoort aanvroegen maar dat niet kregen. Zij waren volgens de minister hun Nederlanderschap ‘van rechtswege’ (automatisch) verloren omdat zij de aanvraag voor een paspoort niet op tijd hebben gedaan. De Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) bepaalt dat je zo automatisch je Nederlandse nationaliteit verliest als je langer dan tien jaar buiten de EU woont en je ook een andere nationaliteit hebt. Volgens deze zes mensen is dat automatische verlies van hun Nederlandse nationaliteit in strijd met het Europees recht, omdat zij hierdoor ook geen burger van de EU meer zijn en geen gebruik meer kunnen maken van de rechten die het EU-burgerschap geeft. Zij hadden natuurlijk veel meer persoonlijke redenen, maar de EU en daarop de Raad van State kon enkel hier naar kijken. De rest van de wetgeving is nu eenmaal zo dat enkel de politiek deze menselijker kan maken.

Beoordeling gevolgen

De Raad van State kwam tot de conclusie dat de minister op grond van het (EU) evenredigheidsbeginsel moet kunnen beoordelen wat de concrete gevolgen zijn als iemand de Nederlandse nationaliteit verliest, en daarmee ook het EU-burgerschap. De Rijkswet op het Nederlanderschap biedt de minister daar op dit moment geen ruimte voor, omdat de wet uitgaat van een automatisch verlies van de nationaliteit. Daarom moet de minister deze beoordeling voorlopig baseren op het Europese verdragsartikel dat het EU-burgerschap regelt, in afwachting van een wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap.

Hoe gaat de minister de gevolgen beoordelen?

De beoordeling door de minister is niet onbegrensd.

Beperking in tijd
Allereerst mag de minister de beoordeling van de gevolgen van het nationaliteitsverlies beperken tot voornamelijk het moment waarop iemand tien jaar niet meer in Nederland of de EU woont.

Beperking in omvang
De minister hoeft ook geen rekening te houden met alle gevolgen van het verlies van de Nederlanderschap. Het gaat alleen om concrete of voorzienbare gevolgen van het verlies ‘uit het oogpunt van het EU-recht’. Dit betekent dat het moet gaan om gevolgen die verband houden met het verlies van Europese rechten, zoals bijvoorbeeld het vrij verkeer van personen of het recht om binnen de EU je beroep te kunnen uitoefenen. Sommige andere argumenten zijn voor deze beoordeling niet van belang, zoals de band die iemand stelt te hebben met Nederland of de Nederlandse taal.

In de uitspraak van de Raad van State staat:
“Naar het oordeel van de Afdeling dient als toetsingsmoment te gelden het moment van verlies van het Nederlanderschap, dat wil zeggen dat de 10-jaarstermijn is verstreken, met dien verstande dat niet alleen de gevolgen van het verlies van het Nederlanderschap die zich op dat moment reeds hadden gemanifesteerd dienen te worden betrokken, maar ook de gevolgen die op dat moment redelijkerwijze voorzienbaar waren. De Afdeling licht dit toe met als voorbeeld de situatie van [appellante sub 4]. Toen [appellante sub 2] na ommekomst van de 10-jaarstermijn haar Nederlanderschap verloor, verloor [appellante sub 4] als minderjarige op grond van artikel 16, eerste lid, aanhef en onder c, van de RWN haar Nederlanderschap en Unieburgerschap. Zij was op dat moment 17 jaar en ruim 11 maanden. Gezien deze leeftijd was redelijkerwijs voorzienbaar dat zij zou gaan studeren, mogelijk – zoals zij in deze procedure betoogt – in een van de Lidstaten van de Europese Unie. Naar het oordeel van de Afdeling dient ook van dergelijke gevolgen te worden beoordeeld of zij in overeenstemming zijn met het evenredigheidsbeginsel”

Echter staat er ook:
“De Afdeling wijst erop dat het Hof in punt 44 van het arrest heeft overwogen dat niet bedoeld zijn de gevolgen die hypothetisch zijn of waarvan niet vaststaat dat zij zich zullen voordoen. Het is daarom aan de betrokkene om concreet te onderbouwen dat op het moment van het verlies van het Nederlanderschap redelijkerwijs voorzienbaar was dat hij zijn met het Unieburgerschap gepaard gaande rechten of verplichtingen uit zou gaan oefenen.”

De Minister stelde in verweer correct dat de huidige Nederlandse wetgeving het corrigeren of teruggeven van de Nederlandse nationaliteit niet toestaat. De Raad van State stelde hierop dat dit voorlopig wel via EU het verdrag kan. “Het herkrijgen van het Nederlanderschap en daarmee opnieuw het Unieburgerschap kan aan artikel 20 van het VWEU worden ontleend.”

Wat houdt dit in voor andere oud-Nederlanders?

Ten eerste gaat het hier enkel over RWN Artikel 15 lid 1c, de zogenaamde beruchte 10-Jaren Klok. Als men de Nederlandse nationaliteit verloor door het aannemen van een andere nationaliteit dan helaas, dat word hier niet besproken. Voor de oud-Nederlanders die hun nationaliteit hebben verloren door de 10-Jaren Klok is er nu voorlopig een eventuele mogelijkheid hebben om via (hoger) beroep zo ook hun Nederlandse nationaliteit terug te krijgen. Echter is het verstandig om even af te wachten hoe het gaat aflopen voor de zes personen. En even afwachten wat de reactie is van de Minister van Buitenlandse Zaken en de reactie van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en eventuele wetswijzigingen.

Radio interview met SBSDutch

En voor welke 10-Jarige Klok?
Inderdaad, de wetgeving is hieromtrent een aantal keer veranderd. Het ouderwetse principe van de 10-Jaren Klok bestond al sind 1892. De nogal verschillende versies van Art 7 lid 5 van 1892 tot 1985, Art 15c van 1985 tot 2003 en Art 15 lid 1c van 2003 tot heden moeten we dan neerleggen naast de verschillende versies van het VWEU Art 20.

Maar, nogmaals dit is moeilijke materie en het is ons nu nog niet zeker hoever in het verleden men hier nu beroep op kan doen . Hoe de burger er dan ook een mening over heeft, we zijn hier ook in grote mate afhankelijk van hoe dit praktisch uitgewerkt gaat worden. Dat is nu op het moment moeilijk in te schatten. Dus, ondanks erg goed nieuws, nog niks zeker. Ook de 6 personen hier zullen nog niet zeker zijn totdat hun beroep opnieuw wordt gehoord, maar er is goede hoop voor allen.

Samenvatting

  • Voor de zes personen zijn alle hoger beroepen gegrond. De aangevallen uitspraken worden vernietigd.
  • Dat betekent dat de minister opnieuw, en met inachtneming van deze uitspraak, op de bezwaren van de zes personen dient te beslissen.
  • Mocht men op de nieuwe (eventueel negatieve) beslissing van de Minister in beroep willen gaan dan kan dit.
  • De minister moet de proceskosten van de partijen betalen. Er is een heel lijstje, maar voor diegene die geintereseerd zijn waren de hoogste kosten zo’n 5,000 EUR en was het gemiddeld zo’n 2,800 EUR. Wat hier allemaal bij inbegrepen zat is onbekend maar waarschijnlijk het hele traject van in beroep gaan in NL en dan de EU. Mocht men nu in beroep willen gaan dan zal het waarschijnlijk minder zijn door deze uitspraak. Maar nogmaals, het is misschien verstandig om verdere ontwikkelingen eerst af te wachten. U zult hiervoor ook een advocaat moeten raadplegen.

Meer informatie?

Voor meer informatie mbt verlies of behoud van de Nederlandse nationaliteit verwijzen we naar onze Nationaliteit Info Pagina 7. Wanneer er meer duidelijkheid is van verdere mogelijkheden of wetswijzigingen zullen wij onze pagina’s natuurlijk bijwerken. Voorlopig blijft de wet hetzelfde.

Bron: Raad van State – ‘Ge­vol­gen van ver­lies van Ne­der­lan­der­schap in in­di­vi­du­e­le ge­val­len be­oor­de­len’

De volledige uitspraak: Lees hier

Artikel: Nederlanders in den Vreemde 

Nationaliteitsonderzoek Stichting GOED

Honderden mensen gaven al aan in ons nationaliteitsonderzoek onbewust hun Nederlanderschap te hebben verloren. Het is van belang dat wij een zo goed mogelijk beeld krijgen hoeveel mensen het betreft en wie zijn Nederlanderschap graag terug zou willen krijgen. 

U kunt hieronder op dit artikel reageren.